In Oare tiid: schaatser Tonny Ferwerda uit Bolsward
BOLSWARD – Op 11 februari 1968 zou Hans van Helden in Thialf in Heerenveen een aanval doen op het veertig jaar oude werelduurrecord op de schaats. Als tegenstander viel zijn keus op Tonny Ferwerda uit Bolsward. De poging zou een verrassend einde krijgen.
Tonny Ferwerda was in de jaren zestig een befaamd lange afstand schaatser. Hans van Helden meende in hem de juiste persoon gevonden te hebben die hem in een uur tijd zou opstuwen naar een afstand van minimaal 32.970 meter, het veertig jaar oude werelduurrecord van de Fransman Leon Quaglia. Het scenario voor Ferwerda was duidelijk: zo lang mogelijk bijblijven bij Van Helden en dan langzaam afhaken.
Ontspannen
De Bolswarder metselaar had niet specifiek getraind voor een uur voluit schaatsen. Hij leek bij voorbaat een knecht in dienst van de meester. Zo’n tien kilometer voor het einde voltrok zich echter een heel ander scenario. Van Helden lag iets voor op Ferwerda, maar zakte langzaam weg en Ferwerda passeerde de toekomstige Nederlands kampioen. Het gat tussen de beoogde werelduurrecorder en Ferwerda werd groter en groter. Uiteindelijk werd het talent Van Helden maar liefst driemaal gelapt door de Bolswarder metselaar.
Gedemoraliseerd stapte Van Helden uit en Ferwerda gleed op het buitenijs van Thialf, met harde wind, naar 34.205,15 meter, ruim drie rondjes meer dan Léon Quaglia in 1928. Ferwerda werd zo ook tot zijn eigen verrassing werelduurrecordhouder. Pas vijf jaar later zou Jan Roelof Kruithof de afstand verbeteren.
Ferwerda: ,,Mijn voordeel was dat ik ontspannen begon aan de wedstrijd. Alles stond in het teken van Van Helden. Ik Had ook geen trainer, ik moest alles zelf doen. Nu hebben ze het over verzuring, wij zeiden: ‘we hewwe seare poaten’.” Radio en TV waren geen getuige van de heroïsche prestatie van de Bolswarder. Ferwerda: ,,Ik ben nog wel op de KRO-radio geweest met Theo Koomen. Ja, Van Helden was uiterst teleurgesteld, het was natuurlijk voor hem een enorme deceptie. Hij heeft het later nog eens geprobeerd, maar ook toen lukte het niet.”
Elfstedentocht
Ferwerda’s schaatstalent werd in 1963 opgemerkt tijden de Militaire Leeuwarder Kampioenschappen lucht- en landmacht op de Grote Wielen. Ferwerda werd kampioen van Leeuwarden en de kapitein was lyrisch over het optreden van de Bolswarder. De Elfstedentocht zat er aan te komen en er werd lichtelijk militaire druk uitgeoefend om Ferwerda te doen besluiten zich te laten inschrijven bij de wedstrijdrijders.
Ferwerda koos zelf voor de toertocht en heeft er tot op de dag van vandaag spijt van. ,,We startten pas tussen acht en negen uur ‘s ochtends. In Franeker werd ik om vijf uur van het ijs gehaald. Ik voelde me prima, had nergens last van. Vooral later baal je enorm natuurlijk als je hoort hoe weinig rijders het hebben gehaald.”
Schaatsplank
Na de deceptie van 1963 trainde Ferwerda hard door om zich te prepareren voor de volgende Elfstedentocht. Hij trainde zich zes keer per week een slag in de rondte voor iets wat maar niet wilde komen. Hij bedacht creatieve trainingen met fietsbanden. ,,Eric Heiden wordt genoemd als de uitvinder van de schaatsplank. Ik had er zelf al een gemaakt in de jaren zestig,” lacht Ferwerda.
In 1964 kwam Ferwerda in de Friese selectie. Hij kon zich al snel meten met de subtop, vooral op de 500 meter en de langere afstanden. Ferwerda versloeg in Deventer in 1966 zelfs Ard Schenk op de 500 meter. Zijn eindtijd weet hij nog precies: 43,5. In die periode een toptijd. Op de 1500 meter eindigde hij als derde achter Jan Bols. Tweemaal deed Ferwerda mee aan de Nederlandse Kampioenschappen langebaan.
Op eerbiedige afstand van Ard Schenk en Kees Verkerk eindigde de Bolswarder bij de eerste twintig. Toch wist hij regelmatig een prijs te pakken. Eenmaal won hij twee wedstrijden op een dag en vervolgens won hij de volgende dag een wedstrijd met kernploegleden. ,,Geld was er alleen te verdienen met kortebaanwedstrijden. In Menaam is twee keer een langebaan afvalwedstrijd gehouden die ik won. Hier kreeg de winnaar 100 gulden, een boel geld in die tijd.”
Geen Tocht
Tot de jaren zeventig ging het zo door met Ferwerda. Ieder jaar hard trainen, wedstrijdjes rijden en hopen op een Elfstedentocht. Ferwerda zag de Elfstedentocht niet meer komen en zegde het lidmaatschap van de Friesche Elfsteden op, iets waar hij achteraf spijt van heeft. Nooit heeft hij de Tocht schaatsend volbracht.
Toen zijn pasgeboren zoon moest worden opgenomen in het ziekenhuis en daar een jaar verbleef, was de spirit weg bij Ferwerda. Hij bleef sporten, maar de drive om er alles uit te halen was weg. Naast het schaatsen van marathons voetbalde hij bij C.A.B. en R.E.S. en fietste hij veel. Later zou er het hardlopen bijkomen. Elf maal wist hij de marathon te volbrengen en ook nu als 68-jarige loopt hij nog steeds drie maal per week zijn rondje van tien kilometer.
Tekst: Johan Dijkstra